Welke patiënten deden mee?
Het onderzoek van Klüter en collega's uit 2018 wordt regelmatig gebruikt om EMTT naast shockwave te onderbouwen. De deelnemers hadden langer dan drie maanden rotator-cufftendinopathie zonder verkalking. Dat is een specifieke schouderdiagnose, niet een verzamelgroep met iedere vorm van schouderpijn.
Dat onderscheid bepaalt voor wie de uitkomst relevant kan zijn. Een frozen shoulder, een belangrijke peesscheur of verkalking stelt andere vragen. Je kunt daarom niet alleen op basis van “schouderklachten” zeggen dat je precies bij deze onderzoeksgroep past.
Bij een behandelvoorstel moet eerst duidelijk worden welke diagnose bij jouw verhaal en onderzoek past. Daarna kun je bespreken of de studie voldoende overeenkomst heeft om in de afweging mee te nemen.
Wat werd met elkaar vergeleken?
Beide groepen kregen gefocuste shockwave. De ene groep kreeg daarnaast actieve EMTT, de andere een placebo-uitvoering van EMTT. Ook kregen beide groepen fysiotherapie. De volledige publicatie beschrijft deze combinatieopzet.
De studie vraagt daardoor vooral of de toevoeging van EMTT binnen dit programma verschil maakte. Zij vergelijkt niet simpelweg “EMTT” met “geen behandeling”. Evenmin onderzoekt zij radiale shockwave als basis van de combinatie.
Een schema maakt de vergelijking begrijpelijk:
| Onderdeel | Actieve groep | Vergelijkingsgroep |
|---|---|---|
| Gefocuste shockwave | Ja | Ja |
| Fysiotherapie | Ja | Ja |
| EMTT | Actief | Placebo |
De gemeenschappelijke onderdelen zijn belangrijk. Ze voorkomen dat de hele vooruitgang van de actieve groep zomaar aan één aanvullende techniek wordt toegeschreven.
Wat kun je uit de uitkomst afleiden?
De combinatiegroep had bij de laatste beoordeling gemiddeld gunstiger pijn en schouderfunctie. De follow-up liep tot 24 weken. Dat ondersteunt een voorzichtig positieve conclusie over de toevoeging binnen deze specifieke onderzoekssituatie.
Het is geen persoonlijk succespercentage. Een gemiddelde score vertelt niet hoeveel mensen volledig pijnvrij werden of welke uitkomst jij zult hebben. Ook is er geen bewijs uit deze vergelijking voor een blijvend effect over meerdere jaren.
Voor een patiënt is vooral relevant of de gemeten uitkomst past bij het eigen doel. Een gunstige pijn- of functiescore kan betekenis hebben, maar is niet gelijk aan het terugkeren naar iedere werktaak of sportbelasting. Die stap vraagt een eigen beoordeling.
Waarom de richtlijncontext erbij hoort
De JOSPT-richtlijn voor rotator-cufftendinopathie uit 2025 raadt ESWT bij klachten zonder verkalking af. Dat is een wezenlijke kanttekening, omdat de positieve combinatiestudie juist over niet-verkalkte klachten gaat.
Een afzonderlijke studie naar een toevoeging maakt een richtlijnadvies over de basisbehandeling niet automatisch ongedaan. Je moet dus twee vragen uit elkaar houden: liet de toevoeging in de studie een voordeel zien, en is het totale behandelprogramma een vanzelfsprekende eerste keuze? Het eerste kan positief zijn terwijl het tweede terughoudend blijft.
Een zorgvuldig centrum vermeldt beide. Anders ontstaat de indruk dat een beperkt onderzoeksresultaat voldoende is om een combinatie als gevestigde standaard aan te bieden.
Wat is nog niet overtuigend aangetoond?
De studie omvatte een beperkte groep en had geen aparte arm met alleen EMTT. Daardoor kun je niet vaststellen of beide technieken elkaar biologisch versterken. Het woord synergie vraagt meer dan een beter resultaat van één combinatie tegenover een andere combinatie.
Ook generalisatie naar andere aandoeningen is niet gerechtvaardigd. Hielpijn, achillespeesklachten en tenniselleboog zijn niet in deze studie onderzocht. Hetzelfde geldt voor een pakket waarin daarnaast nog andere technieken worden toegevoegd.
Verder zijn onafhankelijke herhaling en zorgvuldig gerapporteerde grotere studies wenselijk. Belangen, opzet en beperkingen horen bij de interpretatie. Een veelbelovende uitkomst verdient vervolgonderzoek, geen uitbreiding naar claims die buiten de onderzoeksvraag vallen.
Hoe gebruik je dit in een behandelgesprek?
Vraag eerst of je diagnose overeenkomt met de onderzochte groep. Bespreek vervolgens waarom een combinatie wordt voorgesteld ondanks de terughoudende richtlijncontext. Een inhoudelijk antwoord hoort de onzekerheid zichtbaar te maken.
Vraag ook welk actief plan je blijft volgen en hoe de toegevoegde waarde wordt geëvalueerd. Als meerdere onderdelen tegelijk veranderen, is het persoonlijk moeilijk vast te stellen welk onderdeel verschil maakt. Dat is geen reden om niets te doen, maar wel om het totale plan overzichtelijk te houden.
Een verdedigbare verwachting is dat er een positief maar beperkt onderzoekssignaal bestaat voor deze specifieke aanvulling. De keuze vraagt afweging van mogelijke winst, onzekerheid, veiligheid, tijd en kosten. Daarmee krijgt de studie een passende plek in het gesprek.
Veelgestelde vragen
Bewijst het onderzoek dat EMTT altijd beter werkt samen met shockwave?
Nee. Het onderzocht één specifieke combinatie bij niet-verkalkte rotator-cufftendinopathie. De uitkomst geldt niet automatisch voor andere pezen, andere technieken of andere behandelprogramma's. Een algemene claim dat combineren altijd superieur is, gaat verder dan de gegevens.
Gaat dit onderzoek over schouderverkalking?
Nee. De onderzochte schouderpeesklachten waren niet verkalkt. Dat onderscheid is essentieel. Bij verkalkte klachten moet je kijken naar onderzoek en richtlijnen die die diagnose daadwerkelijk behandelen; de titel schouderonderzoek alleen is daarvoor onvoldoende.
Waarom wordt geen exact succespercentage genoemd?
De studie rapporteert groepsuitkomsten voor pijn en functie. Die kun je niet zomaar vertalen naar de kans dat een individuele patiënt volledig herstelt. Bovendien bestaan beperkingen in omvang en rapportage. Een kwalitatieve, afgebakende uitleg voorkomt schijnzekerheid.
Is deze combinatie dan standaard de beste keuze?
Nee. Actuele richtlijnadviezen, de diagnose en je eerdere behandeling moeten worden meegewogen. Het positieve onderzoek naar de toevoeging vormt geen algemene aanbeveling voor het totale programma. Bespreek waarom de combinatie in jouw situatie overwogen wordt en welke alternatieven bestaan.
Bronnen en onderbouwing
- Klüter et al. – ESWT plus EMTT bij niet-verkalkte rotator-cufftendinopathie (2018) ↗
Gerandomiseerd onderzoek naar toevoeging van EMTT aan gefocuste ESWT bij 86 volwassenen; specifieke populatie en follow-up tot 24 weken.
- Klüter et al. – volledige onderzoekspublicatie (2018) ↗
Opzet, aanvullende fysiotherapie, uitkomsten en beperkingen van het schouderonderzoek.
- Desmeules et al. – richtlijn rotator-cufftendinopathie (2025) ↗
Diagnostiek en actieve behandeling van rotator-cuffklachten; ESWT afgeraden zonder verkalking en mogelijke optie bij verkalking.
Een persoonlijke vervolgstap
Van inzicht
naar een passend plan.
Bij een betaalde intake bespreken we je klacht en doen we gericht onderzoek. Echografie is zonder meerprijs inbegrepen wanneer die zinvol is. Eventuele behandelingen worden apart afgesproken.
Bekijk de intake


